In de titel van dit boek staan twee vrijheidsbegrippen: het gaat om de negatieve vrijheid om positief vrij te zijn. De negatieve vrijheid is vrijheid van (angst en gebrek), terwijl de positieve vrijheid de vrijheid is om te (handelen). Daarbij is "handelen" de derde en hoogste vorm van menselijk acteren, naast "arbeiden" en "werken". Voor Hannah Arendt heeft handelen te maken met zingeving, met name in menselijke relaties. In dit boek spitst ze dit toe op politiek handelen.
De voornaamste boodschap die ik in dit boek heb ontwaard is dat de Franse revolutie is mislukt omdat gebrek en angst er niet door werden
weggenomen, terwijl de Amerikaanse revolutie wél geslaagd is omdat van angst en gebrek geen sprake was (althans bij de witte bevolking).
Maar hoe kan ik haar boek toepassen op de meer recente revoluties, zoals de Iraanse revolutie die leidde tot het vertrek van de Shah in januari
1979 en de daarop volgende Islamitische revolutie in april 1979. Of de revolutie die in november 1989 begon met de val van de muur, en die
in feite nog steeds bezig is aan het Russisch-Oekraïense front. En hoe zit het met de kunstmatige intelligentie, die maakt dat we aan
de vooravond staan van een nietsontziende digitale revolutie. (Harari spreekt bij AI niet over Artificial Intelligence,
maar over Alien Intelligence). Door de sociale media, onderdeel van die digitale revolutie, hebben we de vrijheid verworven
om ons op ongekende wijze politiek uit te spreken. Inderdaad, in ons deel van de wereld zijn we behoorlijk vrij van angst en gebrek, maar
is dit wat Hannah Arendt voor ogen stond toen ze het had over de politieke vrijheid? Een vrijheid die ook weer een tegenreactie oproept
in de vorm van een cancelcultuur.
Kortom, Hannah Arendt is een belangrijk denker maar helaas kan ik weinig met dit boek van haar.