Paul Cobben: "Marx bevrijd"

(Bijeenkomst woensdag 26 april 2023)

Het boek "Marx bevrijd" van Paul Cobben doet wat mij betreft het tegengestelde van wat het beoogt: in plaats van Marx te bevrijden vanachter een wazig scherm van onbegrepenheid trekt de auteur er nog eens een gordijn voor van filosofisch jargon en voor mij ontoegankelijke metafysica. Neem bijv. de zin in de inleiding: "Vrijheid, aldus Marx, is de ideologische uitdrukking van abstracte arbeid. De vrije persoon die zichzelf verwerkelijkt, is de ideologische uitdrukking van het kapitaal dat zichzelf verwerkelijkt". Het boek staat vol met dit soort zinnen, en uitleg over de betekenis van de woorden die hij gebruikt weet hij vakkundig te verstoppen achter filosofisch jargon. Dan heb je toch als geïnteresseerde leek geen zin meer om verder te lezen?! Het is een boek waarin ik geen binding met het dagelijks leven ontwaar, geen uitzicht hoe het beter kan. In een aflevering van de podcast filosofie over Marx is Paul Cobben duidelijker, maar komt toch niet verder dan enkele uitspraken over vervreemding, scheiding van hoofd- en handwerk, Marx als natuurmens, het rijk van de vrijheid. De vraag welke oplossing Marx ziet moet men volgens Paul Cobben helemaal niet stellen, "want Marx heeft een uitstekende analyse gemaakt, en dat is voldoende". Wat ik nou juist wél wil weten is: wat bedóelt Marx nou precies met dat kapitalisme dat hij veroordeelt, en hoe ziet zijn alternatief er uit?

Kortom, ik heb afgehaakt. Een begrip als "abstracte arbeid" bijvoorbeeld wordt veel beter uitgelegd op Wikipedia onder het lemma arbeidswaardetheorie Het is oneerbiedig, want Paul Cobben is een geleerd man, maar zijn woorden associeer ik met die van de schilder Terpen Tijn in de verhalen van Marten Toonder, ...eeh dinges!

Tot nu toe heb ik altijd gedacht dat kapitalisme een methode is voor de productie en distributie van goederen en diensten. Het wordt gekenmerkt door een vrije markt en, inderdaad, privébezit. Het alternatief dat ik ken is de centraal geleide planeconomie. Niet alle kapitalistische economieën zijn hetzelfde. Het kapitalisme kan een sterk socialistisch gezicht hebben (zoals in de Scandinavische landen), maar het gaat wel steeds om een vrije markt, waarop de overheid in meer of mindere mate als marktmeester opereert.

Tegenwoordig is het bon ton om het kapitalisme overal de schuld van te geven, maar dat is een opvatting die de Engelse filosoof Mark Fisher 'cynisch' noemt: men kankert, maar blijft wel lekker de vruchten plukken. Is het kapitalisme, al dan niet in de vorm van neoliberalisme, misschien de zondebok van deze tijd, een bliksemafleider voor maatschappelijke spanningen?

In plaats van de neiging om het kapitalisme, of voor mijn part het neoliberalisme, overal de schuld van te geven zou men beter kunnen kijken welke factoren bijdragen, of bij zouden kúnnen dragen aan de ellende. Dat leidt eerder tot oplossingen dan het aanwijzen van een zondebok. Ik zou de volgende factoren willen noemen:

1. De menselijke natuur

a. solidariteit

De mens is een sociaal dier, dat van nature solidariteit toont. Dat zegt Paul Cobben ook. Maar tot hoever reikt die solidariteit? Gebrek aan solidariteit is volgens mij een gemeenschappelijke noemer voor alle problemen waarvan het kapitalisme de schuld krijgt. Betekent dit dat een kapitalistisch systeem geen solidariteit kent? Sommigen zullen dat beamen, maar ik zou liever zeggen dat het onvoldoende solidariteit kent. Immers waar solidariteit meer is dan gratis moraal zal zij altijd begrensd zijn. Of misschien moet ik zeggen: steeds meer verdund naarmate het object van de solidariteit verder van ons afligt. De meeste solidariteit is te verwachten binnen het gezin en de familie, in andere culturen wellicht de stam. We voelen ons meer verbonden met de bewoners van onze straat dan met die van een straat in, noem maar wat, Zwolle. Een dodelijk ongeval dichtbij veroorzaakt meer medeleven dan een busongeluk ver weg. En waarom zijn we (via toeslagen uit de algemene middelen) solidair met de minstbedeelden in Nederland, maar niet of beperkt solidair zijn met mensen ver weg die het vele malen slechter hebben? Dat zit volgens mij in de aard van het beestje, en het is belangrijk ons daar rekenschap van te geven. Solidariteit is dus bijziend. Daarom is het onvermijdelijk dat door de overheid solidariteit wordt opgelegd, met name via de sociale verzekeringen, zoals in de meeste rijke landen gebeurt. Op zich is dat een interessant gegeven, omdat het solidariteit betreft die niet vrijwillig optreedt maar toch met democratische instemming tot stand is gekomen.

Het filosofisch pragmatisme gelooft niet dat rationeel is vast te stellen welke mate van solidariteit geboden is. De Amerikaanse pragmaticus Richard Rorty zegt dan ook dat mensen (en daardoor ook het parlement) verleid moeten worden tot meer solidariteit. Dat kan via de kunst, zoals bijv. Charles Dickens en Multatuli deden.

b. individualisme

Het woord individualisme heeft een zeer negatieve connotatie, maar je zou ook kunnen zeggen dat het niets anders is dan zelfbeschikking, wat als positief wordt gezien. Individualisme zou je kunnen zien als de tegenpool van solidariteit. Maar eigenlijk valt het met het individualisme ook wel mee. Vincent Buskens, hoogleraar theoretische sociologie aan de Universiteit Utrecht en gespecialiseerd in onderzoek naar de invloed van sociale netwerken op samenwerking denkt dat het in hoge mate een misverstand is dat we geïndividualiseerd zijn. ‘Kijk maar eens hoe gevoelig we zijn voor sociale beïnvloeding’, zegt hij.

c. hebzucht

Velen wijten de problemen in deze wereld aan de hebzucht van industriëlen en rijke mensen. Zij realiseren zich echter niet dat het juist andersom is: zij zien de rijkdom bij anderen, en willen die zelf ook. De Franse filosoof René Girard noemt dit mimetische begeerte, wat je volgens mij best een eufemisme voor hebzucht zou kunnen noemen. Mimetische begeerte wordt aangejaagd door reclame, en door hetgeen mensen verder aan begerenswaardige zaken zien op de media en sociale media. Het inperken van reclame lijkt me dan ook een goede methode voor de vermindering van hebzucht.

2. Geld

Er is vaak kritiek op geld als wezenlijk kenmerk van het kapitalisme, maar ik kan me niet voorstellen dat we in welke complexe vrije maatschappij dan ook zonder zouden kunnen. Hoewel kritiek op het gebruik van geld dus niet terecht is, kun je wel kritiek hebben op de herverdeling van geld, nl. wanneer de gemeenschap te weinig doet aan financiële solidariteit. Vaak wordt in dit verband gewezen op de echte rijkelui van deze wereld, zoals Jeff Bezos, Bill Gates en andere multi-biljonairs. Ook hier zou de gemeenschap meer solidariteit kunnen opleggen. Een bezwaar dat daar vaak bij wordt genoemd is dat het bezit van rijke mensen vaak niet als geld beschikbaar is: het bezit is voornamelijk verdienvermogen. Een oplossing die her wel voor wordt voorgesteld is om vermogensbelasting te innen als een bepaald percentage aandeel in het bezit

3. Privébezit

De Italiaanse econoom Francesco Boldizzoni noemt in zijn boek “Foretelling the end of Capitalism (Intellectual Misadventures since Karl Marx)” drie eigenschappen van het kapitalisme: (i) private controle over een significant deel van de productiemiddelen, (ii) een marktsysteem waarin middelen worden aangewend en producten verdeeld, en (iii) een zekere burgerlijke cultuur. Hij noemt ook twee factoren voor kapitalisme: hiërarchie en individualisme. Alle complexe organisaties zijn volgens hem in zekere mate hiërarchisch, maar individualisme behoort volgens hem niet noodzakelijkerwijs tot de natuur van de mens. Het is relatief recent (sinds de 17e eeuw) ontstaan in de westerse wereld, maar ook weer niet makkelijk terug te draaien.

Een belangrijk kenmerk van kapitalistische systemen is dus dat de productiemiddelen veelal in private handen zijn. Voorstanders prijzen dit aan als middel tot efficiente productie. Privaat eigendom kan echter ook leiden tot machtsmisbruik t.o.v. de afnemers (woekerwinst in geval er te weinig concurrentie is in het aanbod van producten) en/of t.o.v. de werknemers (te lage lonen in geval er te veel concurrentie is in het aanbod van arbeid). In beide gevallen is de overheid aan zet om grenzen te stellen, en in de loop der tijd is dit ook meer en meer gebeurd.
Zouden de problemen waarvan het kapitalisme de schuld krijgt opgelost zijn als alle productiemiddelen genationaliseerd zouden worden? Ik vraag me af of het veel verschil zou maken. De overheid zou wel veel meer direkte macht krijgen om verbeteringen door te voeren, maar deze macht heeft ze ook nu, middels wetgeving.
Een andere vorm van privébezit is de eigen woning. De huidige schaarste aan huizen is een groot probleem, omdat het prijzen opdrijft waardoor een eigen woning voor velen onbereikbaar wordt. Toch zou het afschaffen van privébezit van woningen het probleem niet oplossen, want het leidt niet tot extra woningen. Een voordeel van een eigen woning is bovendien dat de eigeneraar er i.h.a. beter voor zorgt.

4. Vrije markt

De tweede door Boldizzoni genoemde eigenschap van het kapitalisme is het marktsysteem. Per definitie is een markt vrij, maar deze vrijheid wordt wel gereguleerd door een marktmeester. De eerste van de 23 misvattingen over het kapitalisme die de Brits-Koreaanse econoom Ha-Yoon Chang benoemt is dan ook dat er helemaal niet zoiets als een vrije markt bestaat (Ha-Yoon Chang: "23 Things they don't tell you about capitalism"). De vrijheid van de markt wordt overal, ook in de superkapitalistische USA, beperkt door allerlei overheidsmaatregelen. Tegenwoordig wordt veel geklaagd over een 'doorgeslagen' marktdenken t.g.v. het neoliberalisme. Wellicht moeten er inderdaad meer beperkingen aan de marktvrijheid komen, maar dat hoeft niet zover te gaan dat het marktsysteem geheel wordt afgeschaft. De oorspronkelijke neoliberalen (die zich later ook wel ordoliberalen noemden) streefden overigens juist een aanscherping van overheidsbemoeienis na, en niet een afbouw ervan.

5. Democratie

Het middel om de tekortkomingen van het kaptitalistische systeem te besstrijden is niet het afschaffen maar het reguleren ervan. Dit moet via de democratie worden gerealiseerd. Zie hiervoor mijn commentaar op boek van Ewout Kieft "Vechten voor democratie".